Lees de zinnen hieronder aandachtig. Hebben ze een werkwoordelijk gezegde (wwg) of een naamwoordelijk gezegde (nwg)?
Klik het juiste antwoord aan.
De chauffeur wil mijn abonnement.
- wwg
- nwg
Het aantal zitplaatsenin de bus is beperkt.
- wwg
- nwg
Volgende week beginnen de Olympische Spelen.
- wwg
- nwg
Nemen jullie de bus naar school?
- wwg
- nwg
De leerlingen hebben hun boekentassen vergeten.
- wwg
- nwg
Ik draaide het stuur krachtig om.
- wwg
- nwg
De hond schijnt gevaarlijk te zijn!
- wwg
- nwg
Het kleine meisje speelt graag met poppen.
- wwg
- nwg
Volgens mij is alles in orde!
- wwg
- nwg
Ik word later piloot!
- wwg
- nwg
Ik heb geen zin om je te helpen.
- wwg
- nwg
Ga jij altijd te voet naar huis?
- wwg
- nwg
Hij lijkt een aardige jongen.
- wwg
- nwg
Als ik hem zie, moet ik altijd blozen.
- wwg
- nwg
De hond schijnt gevaarlijk te zijn!
- wwg
- nwg