Spelling: Het voltooid deelwoord. Vul de juiste vorm van het werkwoord aan.

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

1. Mieke heeft vandaag een leuk verhaal (vertellen).
2. Haar vader heeft vroeger heel veel kwajongensstreken (uithalen).
3. Zo heeft hij zijn moeder heel wat kopzorgen (bezorgen) met schaafwonden en zelfs hersenschuddingen.
4. De dokter had bij hen zijn vaste stek en werd op de meest onverwachte momenten (optrommelen).
5. Maar nu is het zo dat zijn moeder weduwe was en Miekes vader zich voor kerstmis een nieuwe vader had (wensen).
6. Mieke vertelde, dat haar vaders wens werd (vervullen) toen zijn moeder op de dokter verliefd werd.
7. Nog geen jaar later waren ze (verloven) en (trouwen).