Spelling: Het voltooid deelwoord. Vul de juiste vorm van het werkwoord aan.

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

1. Ik heb vandaag samen met mijn buurjongen een kabelbaan (bouwen) tussen zijn huis en het mijne.
2. Ik heb hem als eerste (uitproberen).
3. Het touw liet los en ik ben tegen de muur (botsen).
4. De dokter heeft mij grondig (onderzoeken).
5. Zoiets is hier nog nooit eerder (gebeuren), zei hij. Een kabelbaan!
6. We hadden nochtans een matras onder de kabelbaan (leggen), zei ik nog.
7. Maar tegen de harde muur was ik natuurlijk niet (beschermen).
8. De dokter heeft hier niet op (antwoorden).
9. Mijn ouders heb ik zowat een hartinfarct (bezorgen).
10. Ik heb mijn lesje wel (leren).