Zet het werkwoord tussen haakjes in de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd (OTT)

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

Bv. ______________ (spelen) jij voetbal op competitieniveau?
-> Speel jij voetbal op competitieniveau?

1. Op de sportdag (raken) een van de leerlingen zwaar gewond.
2. Pieter (overtuigen) zijn vrienden ervan om na school nog even de bloemetjes buiten te zetten.
3. (vinden) je ook niet dat muziek (storen) als je je huiswerk (maken)?
4. Ik (lenen) nooit geld.
5. Lena (bieden) meteen haar excuses aan.
6. Sst, de telefoon (rinkelen). (houden) nu toch eens jullie mond!
7. Oma gaat verhuizen en (verpanden) haar hele inboedel.
8. (winden) u zich toch niet zo op!
9. (snijden) niet in je vingers als je dit gevaarlijke mes gebruikt!
10. Ik voel dat er iets belangrijks (gebeuren)!