Is het zinsdeel voorzetselvoorwerp (vv) of bijwoordelijke bepaling (bwb)? Vink aan wat correct is.
Een voorzetselvoorwerp heb je enkel als het om een vast voorzetsel gaat (vast bij het werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde). Is het voorzetsel niet vast, dan is het zinsdeel een bijwoordelijke bepaling.
Het juiste antwoord aanklikken.
Ik ben niet zo vertrouwd met deze methode.
vv
bwb
Met dit verhaal bracht hij iedereen aan het lachen.
vv
bwb
Ben jij allergisch voor katten?
vv
bwb
We moeten van vader vóór drie uur thuis zijn.
vv
bwb
Ik houd niet van techno.
vv
bwb
De winkel is gesloten van 1 oktober tot 15 oktober.
vv
bwb
Ik reken op de steun van alle collega's.
vv
bwb
De peuter durfde niet op de hoge stoel te klimmen.