Zoek het voorzetselvoorwerp (vv) in de volgende zinnen. Let erop dat je het volledige zinsdeel overtikt!
Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.
Het voorzetselvoorwerp begint met een
vast voorzetsel
.
Je vindt het voorzetselvoorwerp door de volgende vraag te stellen:
VAST VOORZETSEL wie/wat + werkwoordelijk gezegde / naamwoordelijk gezegde + onderwerp?
Bv.:
Hij luisterde aandachtig naar de muziek.
onderwerp = hij
wwg = luisterde
NAAR wat luisterde hij?
-> naar de muziek
naar de muziek = voorzetselvoorwerp (vv)
1. Mijn vriend is niet zo dol op Italiaans eten.
vv:
2. Ik ben weeral niet in mijn rijexamen geslaagd!
vv:
3. Durf jij te twijfelen aan mijn trouw?
vv:
4. Met deze digitale camera ben ik absoluut niet tevreden.
vv:
5. De brandweer waarschuwde de inwoners voor de uitslaande brand.
vv:
6. De leerlingen verlangen alweer naar de volgende vakantie.
vv:
7. Zij heeft veel plezier in haar nieuwe job.
vv:
8. We vinden deze kandidate niet geschikt voor de opdracht.
vv:
9. Ben jij ook zo nieuwsgierig naar je rapport?
vv:
10. Hij wil me graag trakteren op een ijsje.
vv:
Controleer
OK