Spelling: Voltooid deelwoord. Vul de juiste vorm van het werkwoord in.

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

1. Toen ik gisteren na de fuif met de fiets naar huis reed, werd ik (volgen).
2. Ik heb me, denk ik, nog nooit zo angstig (voelen).
3. Ik heb me (haasten) om zo snel mogelijk thuis te zijn.
4. En ik heb (proberen) om mijn achtervolger af te schudden.
5. Maar dat is niet (lukken).
6. Die man achter mij was duidelijk stukken beter (trainen).
7. Hij heeft me uiteindelijk (inhalen).
8. Ik ben toen (stoppen).
9. Ik had me voor niets (opjagen), want mijn achtervolger had mijn handtas bij. Ik had ze op de fuif blijkbaar in een hoekje (leggen) en mijn achtervolger was me achterna (snellen).
10. Ik heb hem uiteraard uitvoerig (bedanken).