<=
Index
Tussenletter -e(n)
Gatenvuloefening.
Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.
1. “Goed
morgen,” zei de horlog
maker, “ik vertrek zondag op zak
reis.”
2. De plant
kenner bestudeerde zorgvuldig de paard
bloem.
3. Die flier
fluiter geniet wel van zijn student
leven!
4. De boer
dochter bakte brood met rauw tarw
meel.
5. Dit brood is ber
goed; het zit boord
vol vezels.
6. Doornroosje prikte zich aan het spinn
wiel.
7. Op koninginn
dag eten wij naar gewoonte prinsess
bonen met lend
biefstuk.
8. Wil jij een koninginn
pasteitje of asperg
soep?
9. Na regen komt zonn
schijn.
10. Die boll
boos viel op zijn kinn
bak en begon hard te huilen.
11. De kurk
trekker, not
kraker en vrucht
pers liggen in de lad
kast.
12. Na zijn maand
lange reis onderging hij een ware gedaant
verwisseling.
13. Het krant
artikel deelde mee dat bess
sap goed is voor de gezondheid.
14. Zijn dit kipp
eieren of eend
eieren?
15. Vrucht
sap is lekker, vooral druiv
sap.
Antwoord controleren
OK
<=
Index