Trema of liggend streepje?

Gatenvuloefening.

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

1. Blijf je niet (meeeten) na deze (feeerieke) voorstelling?
2. Die egoïst is (zoeven) gepasseerd.
3. Waarom wil jij me steeds (naapen)?
4. Dat paard ziet er (zebraachtig) uit.
5. De (officiele) plechtigheid heeft plaats tijdens de gala-avond (galaavond).
6. De advocaat neemt een (detectiveachtige) houding aan.
7. De kerkvloer was een prachtig staaltje van middeleeuwse (mozaiek).
8. De jongste leerkracht in ons team is (tweeentwintig) jaar.
9. Ik wil later (musicienne) worden.
10. De (coordinatie) liep een beetje verkeerd.