Spelling: Verleden tijd. Zwakke werkwoorden met -d- in de OVT.

Gatenvuloefening

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

1. Gisteren (branden) het in onze school.
2. Een oorverdovend signaal (loeien) en (alarmeren) de school en de omgeving.
3. De leerkrachten (evacueren) alle leerlingen.
4. De brandweer (snellen) toe.
5. Het (duren) maar enkele minuten voor de brandweer er was.
6. We (turen) allemaal naar de vlammen die uit de gebouwen sloegen.
7. Als we vroeger al eens (dromen) van brand in onze school (en dus geen les!), (voelen) we ons gisteren duidelijk niet gelukkig.
8. Sommigen (draaien) zich weg om niet te moeten zien hoe de brand onze onze school (verteren).
9. Brandweer en politie (dulden) geen pottekijkers en nieuwsgierige dorpelingen (duwen) ze kordaat achteruit. En ook wij (belanden) uiteindelijk achter het politielint.
10. Na twee uren blussen, (halen) iedereen opgelucht adem. Het gevaar was voorbij!