Volgende oefening
Spelling: Verleden tijd. Zwakke werkwoorden met d of t in de OVT.
Gatenvuloefening
Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.
1. De eerste middag van de vakantie
(bouwen) we een boomhut.
2. Heel snel
(vorderen) de boomhut niet, want we
(ravotten) meer dan dat we
(werken).
3. Toen we touwen in de boom
(bevestigen) om de houten planken naar boven te heisen,
(slingeren) we urenlang als apen in het rond.
4. Uiteindelijk
(sjorren) we de planken voor de bodem van onze hut aan elkaar.
5. En we
(bonken) als gekken met hamer en spijkers in op de houten vloer van onze hut.
6. Ik
(betwijfelen) of we ooit verder zouden raken dan een houten vloer. Het maken van de vloer alleen
(duren) ontzettend lang.
7. Toen de hele vloer dan ook nog eens naar beneden
(storten),
(panikeren) we allemaal.
8. Ik
(drukken) mijn vrienden op het hart dat we onze bouwplannen te licht
(aanpakken).
9. Toen
(halen) iedereen zijn ernstige werkhouding boven en
(timmeren) we erop los.
10. We
(realiseren) ons droomproject om 20u 's avonds. Kom gerust eens kijken!
Controleer
OK
Volgende oefening