Volgende oefening
Spelling: Verleden tijd. Zwakke werkwoorden met -t- in de OVT.
Gatenvuloefening
Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.
1. Opa
(kuchen) gisteren weer de hele dag.
2. Hij
(roken) nog maar eens te veel.
3. Ik
(slepen) zijn schommelstoel dichter bij het raam en
(zetten) een raam open.
4. De kamer
(verluchten) snel.
5. Ik
(merken) meteen dat die verse lucht hem
(opkrikken).
6. Al snel
(praten) opa weer als de oude.
7. Hij
(pakken) er nog maar eens mee uit dat hij wel al honderd keren
(stoppen) met roken.
8. Maar telkens weer
(missen) hij de smaak van de sigaren te hard.
9. "Je moet karakter hebben om te stoppen, he,"
(benadrukken).
10. "Tja, karakter heb ik wel, maar zeker en vast niet het goede,"
(sissen) hij dan terug.
Controleer
OK
Volgende oefening