Bekijk de onderstreepte werkwoordsvormen. Sommige staan in de tegenwoordige tijd (OTT), sommige in de verleden tijd (OVT) en andere in het voltooid deelwoord. Kies de juiste vorm.

Kies uit het lijstje en klik de juiste vorm aan.

Gisteren is er een ongeval gebeurd.
Het gebeurt niet vaak dat ik te laat kom op school.
Dat kind wordt veel te veel verwend.
Oma verwent haar kleinkind maar al te graag!
Hij wendde zich om en stapte op.
Heb jij je al eens vergist van dag?
Als je je vergist, dan zeg je dat toch gewoon!
Jannick smeet de pennenzak van Thomas door het raam.
De smid smeedt het ijzer terwijl het heet is.
Er worden hier vuile plannetjes gesmeed.