Index
=>
Bekijk de onderstreepte werkwoordsvormen. Sommige staan in de tegenwoordige tijd (OTT), sommige in de verleden tijd (OVT) en andere in het voltooid deelwoord. Kies de juiste vorm.
Kies uit het lijstje en klik de juiste vorm aan.
Check
Gisteren is er een ongeval
gebeurd
.
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Het
gebeurt
niet vaak dat ik te laat kom op school.
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Dat kind wordt veel te veel
verwend
.
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Oma
verwent
haar kleinkind maar al te graag!
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Hij
wendde
zich om en stapte op.
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Heb jij je al eens
vergist
van dag?
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Als je je
vergist
, dan zeg je dat toch gewoon!
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Jannick
smeet
de pennenzak van Thomas door het raam.
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
De smid
smeedt
het ijzer terwijl het heet is.
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Er worden hier vuile plannetjes
gesmeed
.
???
verleden tijd
tegenwoordige tijd
voltooid deelwoord
Check
OK
Index
=>