Zoek het lijdend voorwerp (lv) in de volgende zinnen. Let erop dat je het volledige zinsdeel overtikt!

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

Het lijdend voorwerp vind je door de volgende vraag te stellen:
wie/wat + werkwoordelijk gezegde + onderwerp?

Bv.:
Ik heb gisteren op het autosalon een nieuwe auto gekocht.
onderwerp = ik
wwg = heb gekocht
Wat heb ik gekocht? -> een nieuwe auto
een nieuwe auto = lijdend voorwerp (lv)

1. In de bibliotheek van Deinze stelde Bart Moeyaert gisteren zijn pas verschenen roman voor.
lv:

2. Hij bood haar zijn plaats aan.
lv:

3. Die overname betekende een nieuwe start voor onze firma.
lv:

4. Wij verkopen dit product niet.
lv:

5. Interpol zoekt de misdadiger al vele jaren.
lv:

6. Ik moet mijn rijexamen nog afleggen. En jij?
lv:

7. Heeft u uw kasticket nog?
lv:

8. Ik moest vorige week zelf de lekke autoband verwisselen.
lv:

9. In deze winkel kun je computers kopen aan zeer gunstige prijzen!
lv:

10. Wil iemand snel de dokter halen?
lv: