Welke zinsdelen vind je terug in deze zinnen? Tik het volledige zinsdeel over. Als je een zinsdeel niet terugvindt, tik dan een schuine streep / in.

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

Bv. Op 14 februari geef ik haar een boeket bloemen!

o (onderwerp): ik
pv (persoonsvorm): geef
vd (voltooid deelwoord): /
inf (infinitief): /
adpv (afscheidbaar deel van de persoonsvorm):/
ww uitdr (deel van een werkwoordelijke uitdrukking):/
pn (predikaatsnomen):/
lv (lijdend voorwerp): een boeket bloemen
mv (meewerkend voorwerp): haar
vv (voorzetselvoorwerp): /
hv (handelend voorwerp): /
wkn vnw (wederkerend voornaamwoord):/
bwb 1 (bijwoordelijke bepaling 1): Op 14 februari
bwb 2 (bijwoordelijke bepaling 2): /

1. Ik heb vorig jaar een lange reis gemaakt naar Afrika!
o:
pv:
vd:
inf:
adpv:
ww uitdr:
pn:
lv:
mv:
vv:
hv:
wkn vnw:
bwb 1:
bwb 2:

2. De kleine jongen wil later graag piloot worden.
o:
pv:
vd:
inf:
adpv:
ww uitdr:
pn:
lv:
mv:
vv:
hv:
wkn vnw:
bwb 1:
bwb 2:

3. Door de harde regenval kunnen we niet vertrekken.
o:
pv:
vd:
inf:
adpv:
ww uitdr:
pn:
lv:
mv:
vv:
hv:
wkn vnw:
bwb 1:
bwb 2:

4. Heb je hem echt een reisje naar Parijs beloofd?
o:
pv:
inf:
adpv:
ww uitdr:
pn:
vd:
inf:
ww uitdr:
lv:
mv:
vv:
hv:
wkn vnw:
bwb 1:
bwb 2:

5.De kinderen staken voorzichtjes de straat over.
o:
pv:
vd:
inf:
adpv:
ww uitdr:
pn:
lv:
mv:
vv:
hv:
wkn vnw:
bwb 1:
bwb 2: