Waaruit bestaat het werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde? In de zinnen hieronder zijn de verschillende delen al aangeduid. Benoem ze. Let wel: gebruik de afkortingen!

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

Kies uit volgende delen:

- persoonsvorm: pv
- voltooid deelwoord: vd
- infinitief: inf
- afscheidbaar deel van de persoonsvorm: adpv
- te + infinitief: te + inf
- aan het + infinitief: aan het + inf
- werkwoordelijke uitdrukking: ww uitdr
- wederkerend voornaamwoord: wnd vn

Bv.: Ik moet gisteren heel de namiddag geslapen hebben.
moet: pv
geslapen: vd
hebben: inf

1. Turnster Aagje Vanwalleghem, geboren in Brazilië op 24 oktober 1987 als Ana Maria Pereire da Silva, werd door een Vlaamse moeder geadopteerd.
werd:
geadopteerd:

2. Aagje begon te turnen in Wevelgem.
begon:
te turnen:

3. In 1999 ging de Vlaamse Turnliga van start met een Topsport en Studieprogramma in Gent.
ging:
van start:

4. Maar in Gent waren ze toen nog volop aan de uitbouw van het programma aan het werken.
waren:
aan het werken:

5. Aagje schakelde daarom voor haar trainingen over naar Opmeer.
schakelde:
over:

6. Daar werkte ze met coach Beltman samen.
werkte:
samen:

7. In 2000 werd Beltman aangetrokken als coach in Gent.
werd:
aangetrokken:

8. Aagje zou dan uiteraard opnieuw naar Gent komen trainen.
zou:
komen:
trainen:

9. In 2001 werd Aagje gelanceerd met een eerste nationale titel.
werd:
gelanceerd:

10. Na een 21ste plaats in het wereldkampioenschap in 2003 en het behalen van de BOIC norm in 2004, nam ze in 2004 deel aan de Olympische Spelen in Athene.
nam:
deel: