Zoek in elke zin één bijwoordelijke bepaling (bwb). Let erop dat je het zinsdeel correct overtypt!

Vul de gaten in. Druk dan op "Antwoord controleren" om de antwoorden te controleren.

Een bijwoordelijke bepaling geeft extra informatie: over plaats (Waar?), tijd (Wanneer?), duur (Hoe lang?), wijze (Hoe?), reden (Waarom?), oorzaak (Waardoor?), middel (Waarmee?), ...
Vaak zitten in één zin meerdere bijwoordelijke bepalingen.

1. Ik heb gisteren drie uren gestudeerd.
bwb:

2. De wereldkampioen had nog nooit zo snel gelopen.
bwb:

3. In de namiddag was er niemand aanwezig.
bwb:

4. De minister sneed het lint plechtig door met de schaar.
bwb:

5. Zo had ik het nog nooit bekeken.
bwb:

6. We openen onze nieuwe winkel al over een uur!
bwb:

7. Toen sloegen de deuren met een grote klap dicht.
bwb:

8. Vanmiddag aten we een ijsje op een gezellig terrasje in de stad.
bwb:

9. Het huwelijksfeest was gisterenavond al om 1 uur afgelopen.
bwb:

10. Lees jij graag een boek in bad?
bwb: