PASSITO

Oefeningen Duits

Taal

ž Werkwoorden

· Imperativ

· Präsens

· Imperfekt

· Modalverben

· Passiv

· Konjunktiv

ž Voorzetsels

· Präpositionen

ž Adjectieven

· Steigerung

· Adjektivdeklination

· Substantivierte Adjektive

ž Substantieven

· Schwache Substantive

ž Voornaamwoorden

· Algemeen—Naamvallen

· Relativpronomen

 

Cultuur

 

ž Algemeen

· Deutschlandquiz